Liberalisering
Na de liberalisering van de nederlandse energiemarkt is er veel kritiek geweest op het besluit om de markt te liberaliseren. De kritiek had meestal betrekking op de slechte administratieve systemen van de nieuwe (en ook van de oude) leveranciers, de agressieve klantenwerving en niet op de laatste plaats over het uitblijven van daling van de energieprijs.
De energie rekening is voor de gemiddelde consument aanzienlijk hoger dan in de tijd voor de liberalisering. Het is echter niet juist om dit (geheel) te wijten aan de liberalisering en de, ook vaak aangehaalde, hoge salarissen van topmensen binnen de grote energiebedrijven.
De prijsstijging op energiekosten is voornamelijk veroorzaakt door hogere (milieu) heffingen van de overheid en de stijgende prijzen van gas, olie en andere fossiele brandstoffen. Daarnaast maken de leveringskosten van m.n. elektriciteit maar een relatief klein onderdeel uit van de totale energie rekening. Een groot deel van de kosten zijn de kosten die de netbeheerders rekenen.
Netbeheerders
De netbeheerders vallen buiten de liberalisering van de markt en hoeven dus niet te concurreren. De tarieven die netbeheerders berekenen worden daarom namens overheid vastgesteld door de Energiekamer die weer onderdeel is van de NMa.
Bij de traditionele energiebedrijven (waarbij van origine netbeheer en levering gecombineerd waren) wordt een stabiel deel van de winst behaald uit netbeheer. Het zou dan ook verleidelijk kunnen zijn om te concurreren op prijs met andere leveranciers waarbij het prijsverschil wordt gecompenseerd met winsten uit het netbedrijf. Daarnaast hebben de netbeheerders een schat van informatie over alle aansluitingen in hun gebied. Deze informatie zou de leverancier in een voordeelpositie kunnen stellen.
Om oneerlijke concurrentie door de traditionele energiebedrijven te voorkomen is besloten dat het leveringsbedrijf en het netbedrijf formeel gescheiden moeten opereren. Onlangs is ook door de overheid het besluit genomen om het netwerk bedrijf te splitsen van het leveringsbedrijf. De traditionele energiebedrijven zijn hier over het algemeen niet blij mee. Zij voeren aan dat de concurrentiepositie in een open Europese markt zal verslechteren. Een direct gevolg van de splitsing is de overname van energieleverings bedrijven door grote buitenlandse energiebedrijven. Voorbeelden hiervan zijn Nuon dat is overgenomen door het Zweedse Vattenfall, Rendo en Cogas die zijn overgenomen door Electrabel en Essent dat is overgenomen door het Duitse RWE.