ContractModel
DeEnergieGids.nl
Hoeveel gaat u besparen op energie?

Contractmodel

Bij de overstap naar een nieuwe leverancier moet door de leverancier worden aangegeven wat het contractmodel is. Hiermee wordt aangegeven welke partij de netkosten aan de klant gaat factureren. Er zijn twee typen contractmodelen;

  • Leveranciersmodel – Hierbij wordt door de leverancier zowel de leveringskosten als de transportkosten in rekening gebracht.
  • Netbeheerdersmodel – De leveringskosten worden door de leverancier in rekening gebracht, de transportkosten door de netbeheerder. De klant krijgt dus twee afrekeningen.

Voor het gemak van de klant en de duidelijkheid gaat de voorkeur uit naar het leveranciersmodel omdat de klant in dat geval maar één factuur krijgt waarop zowel de leverings- als de netkosten in rekening worden gebracht. Met de invoering van het nieuwe marktmodel per 1 augustus 2013 zullen leveranciers verplicht alleen nog maar gebruik maken van het leveranciersmodel voor kleinverbruikers (zowel huishoudens als kleinzakelijk).

Waarom wordt nog gebruik gemaakt van het netbeheerdersmodel?

Het gebruik van het leveranciersmodel is voor de klant overzichtelijker omdat alle kosten op 1 factuur worden vermeld, in tegenstelling tot het netbeheerdersmodel waarbij 2 facturen worden ontvangen die niet eens altijd dezelfde afrekendata hoeven te hebben. De klant heeft bij het leveranciersmodel nog maar te maken met 1 partij bij conflicten over de afrekening. De leverancier moet daarbij ook zorgen voor eventuele correcties van het netwerk deel van het factuur. Er zitten echter voor m.n. de netbeheerder ook nadelen aan het op deze manier afrekenen.

Bij het leveranciermodel factureert de leverancier aan de klant zowel de leveringskosten als de transportkosten. De netbeheerder factureert de transportkosten weer aan de leverancier. Hierin zit ook het probleem van dit contractmodel; de leverancier brengt een maandelijks voorschot in rekening met daarin o.a. een voorschot op de netkosten. De netbeheerder brengt de netkosten periodiek (op dit moment meestal jaarlijks, per 1 januari 2010 maandelijks) bij de leverancier in rekening. De netbeheerder loopt hierbij dus een debiteuren risico.

In 2003 werd dit bij het faillissement van EnergyXS duidelijk. Een aantal netbeheerders had hier nog grote bedragen openstaan die niet meer voldaan konden worden. Een aandachtspunt hierbij is dat een betaling aan de leverancier de klant niet ontslaat van zijn betalingsverplichtingen aan de netbeheerder. Formeel gezien kan bij een faillissement de netbeheerder haar netkosten alsnog rechtstreeks in rekening brengen bij de klant hoewel deze  die kosten misschien al volledig aan de leverancier heeft voldaan. In het geval van EnergyXS werd hiervan afgezien maar het is niet ondenkbaar dat bij kleinere, minder geruchtmakende, faillissementen de netbeheerder de niet betaalde netkosten alsnog op de klant zal verhalen.

Als direct gevolg van het faillissement van EnergyXS werden de eisen die netbeheerders stellen aan leveranciers om het leveranciersmodel te mogen gebruiken aangescherpt. Zo worden er bankgaranties gevraagd om zo het betalingsrisico te beperken. Veel onafhankelijke nieuwe energieleveranciers kunnen niet direct aan deze eisen voldoen en zullen dus niet bij elke netbeheerder het leveranciersmodel kunnen aanbieden of geremd worden in hun groei.

Bij grootverbruikers wordt bij voorkeur het netbeheerdersmodel toegepast omdat de netbeheerder vaak extra diensten aanbied aan grootverbruikers. Het is dan lastig voor de leverancier (die immers geen inzicht heeft in de door de netbeheerder geleverde diensten) om deze kosten door te factureren. Daarnaast speelt hier, vanwege de grotere bedragen, in hogere mate het debiteurenrisico van de netbeheerder mee.

Verrekenen netwerkkosten bij het verplichte leveranciersmodel

Als per 1 augustus 2013 verplicht voor kleinverbruikers het leveranciersmodel ingevoerd gaat worden, komt er ook een gecentraliseerde manier om de netwerkkosten te verrekenen. Op basis van de gegevens uit het Centraal Aansluitingen Register (C-AR) maakt elke netbeheerder eens per maand een overzicht van de netwerkkosten per leverancier. Vanuit C-AR wordt voor elke kleinverbruik aansluiting bepaald hoeveel dagen van de afrekenmaand deze bij een bepaalde leverancier actief was. Aan de hand van de capaciteitstariefcode wordt daarbij een dagtarief bepaald. Het aantal dagen dat de aansluiting actief was voor de leverancier maal het dagtarief bepaald de netwerkkosten. Deze door de netbeheerder, op basis van gegevens uit C-AR, bepaalde netwerkkosten zijn te raadplegen in het Afdrachtcontrolesysteem.

De leverancier draagt maandelijks de door hem gefactureerde netwerkkosten af per netbeheerder. Dit zou overeen moeten komen de gegevens uit het Afdrachtcontrolesysteem. Voorheen bepaalde de netbeheerder de afdracht op basis van de gegevens uit de administratie van de netbeheerder zelf. Er bleek echter regelmatig een verschil te zitten in de gegevens die de netbeheerder en de leverancier in hun administratie hadden. Met de invoering van C-AR is er nu een centraal register die als leidend wordt beschouwd, er is voor elke aansluiting op elk dag slechts 1 leverancier en 1 dagtarief mogelijk. Dit moet de conflicten over afdrachten in de toekomst voorkomen.

Als een leverancier in gebreke blijft bij het afdragen van de netwerkkosten dan kan de netbeheerder de leverancier op basis van de gegevens uit het Afdrachtcontrolesysteem aanmanen tot betaling.

Klik hier om alle Energieprijzen te vergelijken

Deze pagina is het laatst bewerkt op 6-5-2013 om 19:10