Het Stroometiket – Hoe wordt mijn stroom opgewekt?

Elektriciteit kan op verschillende manieren worden geproduceerd. De ene manier is meer belastend voor het milieu is dan de andere. Als het voor jou belangrijk is dat jou energie zo milieu vriendelijk wordt geproduceerd is het van belang dat je weet waar het vandaan komt.

Mix van verschillende bronnen

Energieleveranciers kopen elektriciteit in, en-/of produceren deze zelf. De energie komt vaak van verschillende bronnen, deels zelf opgewekt met bijvoorbeeld windmolens en deels ingekocht. De elektriciteit bestaat dan uit een mix van verschillende energie bronnen. Een energieleverancier biedt soms meerdere producten aan met verschillende samenstelling zodat je zelf kunt kiezen. Meestal zal gelden dat de prijs hoger is naar mate de milieu belasting lager is.

Om de milieu consequenties van verschillende elektriciteits-aanbiedingen goed met elkaar te kunnen vergelijken zijn energieleveranciers sinds 2005 verplicht om voor elk elektriciteitsproduct een stroometiket af te geven. In het stroometiket beschrijft de leverancier met welke bronnen de elektriciteit die wordt aangeboden is opgewekt. Dit wordt ook wel de brandstofmix genoemd. Het stroometiket moet ieder jaar voor 1 april worden toegestuurd aan alle energie afnemers.

Grijs / groen

In een stroometiket staat beschreven hoeveel procent van de gebruikte bronnen conventioneel / grijs is en hoeveel groen / hernieuwbaar. Ook wordt aangegeven hoeveel CO2 en kernafval per kWh elektriciteit wordt geproduceerd.

Voor elke energieleverancier wordt ook een stroometiket voor het totale energie aanbod afgegeven. Hierdoor is het eenvoudig te zien welke leveranciers echt groen zijn en welke alleen een beperkt aanbod groene elektriciteit hebben.

Conventionele grijze energiebronnen

  • Kolen
  • Gas
  • Kernenergie
  • Overig grijs

Groene hernieuwbare energiebronnen

  • Windenergie – Bewegingsenergie van lucht
  • Zonne energie – Omzetten van licht of warmte van de zon
  • Waterkracht – Hoogteverschil of stroomsnelheid van water
  • Biomassa – verbranden van plantaardig en/of dierlijk afvalstoffen
  • Overig groen

De gepubliceerde stroometiketten worden door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) gecontroleerd op juistheid.

Hoe groen is groen?

Groene stroom kan opgewekt worden uit verschillende energiebronnen. Soms wordt een mix van energiebronnen gebruikt. Het is echter lastig in te schatten welke energiebron minder milieu belastend is.

Zo zijn zon energie en windenergie meestal minder belastend dan waterkracht omdat daarvoor vaak stuwdammen en kunstmatige meren moeten worden aangelegd. Maar in bijvoorbeeld Noorwegen ligt dit anders. Door de hoogte verschillen is het veelal mogelijk om waterkracht centrales met minimale natuur schade aan te leggen. Door dit natuurlijke voordeel is waterkracht uit Noorwegen relatief goedkoop. Deze energie kan in veel gevallen zonder subsidies concurreren met grijze energie.

Windenergie veroorzaakt naast horizonvervuiling ook veel slachtoffers onder vogels. Zonne-energie is de minst belastende energiebron maar de kostprijs van zonne-energie ligt veel hoger dan bijv. windenergie. Ook is zonne-energie meer seizoens- en zelfs tijd van dag- afhankelijk dan windenergie.

Voor energie leveranciers is het het voordeligst om geïmporteerde groene energie uit waterkracht (vaak afkomstig uit Noorwegen) aan te bieden. Er kan dan worden geadverteerd met groene stroom terwijl de kostprijs vergelijkbaar is met die van grijze stroom.

Groencertificaten

Het probleem met waterkracht energie uit Noorwegen is dat de energie niet echt wordt geïmporteerd vanuit Noorwegen. Doordat de waterkracht centrales groene energie produceren mogen ze groen certificaten uitgeven. Deze groen certificaten worden door o.a. Nederlandse energie leveranciers gekocht om hun grijze stroom te vergroenen. Ze kopen dus het recht om het label groen op hun energie te mogen plakken. De Noorse energie leveranciers mogen dat dan niet meer doen.

Dit systeem van groencertificaten is bedoeld om de productie van groene stroom te stimuleren. In dit specifieke geval in Noorwegen werkt dit systeem echter niet. Er is daar al voldoende energie en transport naar andere landen is lastig. Door natuurlijke omstandigheden is waterkracht in Noorwegen heel efficiënt op te wekken en daardoor zonder subsidies concurrerend met grijze stroom.

Er is daarom ook geen enkele stimulatie om meer groene energie te produceren. Voor de Noorse energie producenten zijn de groen certificaten een extra inkomstenbron waar geen enkele verplichting tegenover staat. Deze manier van vergroende stroom wordt daarom wel sjoemelstroom genoemd. Het enige doel dat wordt bereikt is dat de eindgebruiker het idee heeft groen bezig te zijn.

Wil je echt zeker zijn dat de groene stroom die jij gebruikt ook echt extra wordt opgewekt en dus niet een labeltje is? Kies dan voor groene stroom uit Nederland. Dit wordt soms ook wel oranje stroom genoemd. Deze stroom wordt opgewekt met windmolens en zonnepanelen die deels gefinancierd worden vanuit de groencertificaten. Op deze manier weet je zeker dat het extra geld wat je betaald ook gebruikt wordt om de opwekking van groene energie te stimuleren.

Locatie bepaald rendement

De locatie waar de groene energie wordt opgewekt is van invloed op het rendement en daarmee op het gewicht dat een opgewekte hoeveelheid energie legt op het milieu. Het is eenvoudig voor te stellen dat zonnepanelen in een zonnig land als Portugal of Spanje een hoger rendement zullen geven dan in Nederland. In Nederland, en dan met name op zee, zijn windmolens het meest efficiënt. Voor waterkracht moet je zijn in landen met veel natuurlijke hoogte verschillen zoals Noorwegen. Helaas wordt de factor locatie niet meegenomen in het stroometiket.

Het is de vraag of het stimuleren van plaatsen van zonnepanelen door particulieren in Nederland wel de meest efficiënte besteding is van belastinggeld. Windmolen parken op zee zouden een betere investering zijn voor Nederland. Wellicht speelt hier meer mee dat de mensen daarmee ook zelf betrokken worden bij het vergroenen wat minder het geval is bij het investeren in windenergie.

Bij het investeren in groene energie wordt sowieso teveel gekeken naar nationale investeringen. Het zou meer voor de hand liggen om internationaal te investeren in de locaties die voor een bepaalde energiebron het voordeligst zijn. Daarbij zal dan ook meer geïnvesteerd moeten worden in de internationale energie transportleidingen. De opgewekte energie moet snel en efficiënt kunnen worden verplaatst naar waar het nodig is.

Waarom kostbare landbouwgrond in Nederland volgooien met zonnepanelen? In Spanje zou je dat kunnen doen op locaties zonder veel waarde waarbij het rendement ook nog eens veel hoger ligt.

Groen Gas

Veel energie leveranciers adverteren met groen gas. Op zich bestaat groen gas, dit wordt geproduceerd uit biomassa. Maar dit is meestal niet het gas wat aan consumenten geleverd wordt. Met het groene gas dat aan consumenten wordt geleverd, wordt bedoeld dat de CO2 uitstoot gecompenseerd wordt. Meestal gebeurd dit door de aanplant van bomen. De bomen nemen tijdens hun groei CO2 op en compenseren daarmee de CO2 die wordt geproduceerd bij het gebruiken van het groene gas. Uiteraard komt deze hoeveelheid CO2 weer vrij als een boom verbrand of op een andere manier vergaat. Het is daarom ook de vraag of dit echt iets toevoegt aan de vergroening, de opgeslagen CO2 zal uiteindelijk toch weer vrij komen. Het lijkt dan ook meer een marketing tool.

Kunnen we volledig over op groene energie bronnen?

Een nadeel van zowel zon- als windenergie is het niet constant aanwezig zijn van de energie en de fluctuaties in het aanbod. Dit is ook een reden waarom deze twee energiebronnen op dit moment geen substantieel deel van de energieproductie kunnen uitmaken. In het ideale geval zou je energie willen opslaan op momenten dat er een productie overschot is. Deze energie zou dan weer gebruikt kunnen worden op momenten dat er te weinig energie wordt opgewekt. Helaas is het nu nog niet mogelijk om energie op grote schaal te kunnen opslaan.

Om de productie van elektriciteit af te stemmen op de vraag is het nodig elektriciteit uit niet te regelen bronnen bij te regelen met een goed regelbare energiebron. Gas ligt daarvoor het meeste voor de hand omdat de elektriciteits-productie daarmee vrij snel kan worden aangepast. Consequentie daarvan is dat er gas centrales nodig zijn die het grootste deel van de tijd niet op hun maximale capaciteit zullen draaien. De efficiëntie van een gas centrale wordt daarmee negatief beïnvloed. Ook is er vanwege de aardbevingsproblemen in Noord Nederland behoefte om minder afhankelijk van (Nederlands) gas te worden.