Liberalisering van de energiemarkt

In het verleden was iedere energie consument in Nederland gebonden aan een vaste energieleverancier. Deze energieleverancier verzorgde de energie levering in het gebied waar de afnemer woonde. In de meeste gevallen was dit dezelfde partij die ook verantwoordelijk was voor de infrastructuur (de kabels, buizen en meters); de netbeheerder. Er was geen enkele concurrentie, de leverancier had een monopolie op het leveren van energie.

Om dit monopolie te doorbreken en concurrentie te stimuleren werd besloten de energiemarkt te liberaliseren. In 2001 werd begonnen met het liberaliseren van de markt voor grootverbruikers. Per 1 juli 2001 werd ook  de energiemarkt vrijgegeven voor kleinverbruik consumenten. Eerst alleen voor groene stroom en per 1 juli 2004 volledig.

Sinds de liberalisering van de energiemarkt is iedereen vrij om zelf een leverancier voor elektriciteit en-/of gas te kiezen. Een groot aantal nieuwkomers op de energiemarkt hebben de liberalisering aangegrepen om te gaan concurreren met de bestaande energiebedrijven. Een bekend voorbeeld uit deze begin tijd is Oxxio dat in 2000 werd opgericht als Energiebedrijf.com. Energiebedrijf.com richtte zich in eerste instantie op het openbreken van de energiemarkt voor de grotere zakelijke gebruikers. In 2001 werd dit (met groot succes) uitgebreid naar de consumentenmarkt.

Het aantal energieleveranciers is sinds de liberalisering sterk gegroeid van ca. 9 naar 59 in 2018. Er is nu een gezonde concurrentie waarbij voor consumenten grote voordelen te behalen zijn.

Kritiek

Na de liberalisering van de Nederlandse energiemarkt is er veel kritiek geweest op het besluit om de markt te liberaliseren. Deze kritiek had meestal betrekking op de slechte administratieve systemen van de nieuwe (maar ook van de oude) leveranciers. Ook de agressieve klantenwerving en het uitblijven van de verwachte daling van de energieprijs waren punten van kritiek.

De energie rekening is nu voor de gemiddelde consument aanzienlijk hoger dan in de tijd voor de liberalisering. Het is echter onjuist om dit (geheel) te wijten aan de liberalisering en de, ook vaak aangehaalde, hoge salarissen van topmensen binnen de grote energiebedrijven.

De prijsstijging op energiekosten is voornamelijk veroorzaakt door hogere (milieu) heffingen van de overheid en de stijgende prijzen van gas, olie en andere fossiele brandstoffen.

Problemen

Op het moment van de liberalisering ontbrak het aan duidelijke regels en procedures. Ook het toezicht op de markt door de overheid liet te wensen over. Die eerste periode heeft de energiemarkt het “cowboy” imago gegeven waar ze nog steeds maar lastig vanaf komt. Er was veel aan te merken op de open markt; Overstappen ging moeizaam, klanten werden dubbel of helemaal niet meer gefactureerd, jaarafrekening werden te laat opgemaakt of bleven helemaal uit, de klantenwerving was soms ronduit misleidend.

Deze problemen beperkten zich zeker niet alleen tot de nieuwkomers. Ook de oude leveranciers waren matig voorbereid op hun nieuwe rol in een concurrerende markt. Deze oude leveranciers maakten soms misbruik van hun relatie met de netbeheerder om het overstappen van klanten naar een andere leverancier te frustreren. De netbeheerder en leverancier waren immers voorheen één bedrijf dat met de liberalisering alleen formeel van elkaar gescheiden werd. Soms werkten de medewerkers nog in hetzelfde kantoor waardoor er geen sprake was van een echte scheiding.

Gesteld kan worden dat de impact van de liberalisering sterk is onderschat door zowel de overheid als door de bestaande en nieuwe energie partijen. Sindsdien is er echter veel veranderd zo is het overstappen naar een andere leverancier vereenvoudigd. Ook is er beter toezicht gekomen van o.a. de belastingdienst, de ACM en zeker niet in de laatste plaats van consumenten organisaties.

Het proces van overstappen is nu zo gestroomlijnd dat het min of meer een eenvoudige administratieve handeling is geworden waarbij vrijwel niets meer fout gaat.

Netbeheerders en de liberalisering

Bij de traditionele energiebedrijven (waarbij van origine netbeheer en levering gecombineerd waren) werd een stabiel deel van de winst behaald uit netbeheer. Het zou dan ook verleidelijk kunnen zijn om te concurreren met andere leveranciers op prijs waarbij het prijsverschil wordt gecompenseerd met winsten uit het netbedrijf. Ook hebben de netbeheerders een schat van informatie over alle aansluitingen in hun gebied. Deze informatie zou de aan de netbeheerder verbonden leverancier in een voordeel positie kunnen stellen.

Om oneerlijke concurrentie door de traditionele energiebedrijven te voorkomen is besloten dat het leveringsbedrijf en het netbeheer bedrijf formeel gescheiden moeten opereren. De traditionele energiebedrijven waren hier niet blij mee. Zij voerden aan dat de concurrentiepositie in een open Europese markt zou verslechteren. Dat punt bleek achteraf na de splitsing gegrond. Een direct gevolg van de splitsing is de overname van energieleverings bedrijven door grote buitenlandse energiebedrijven. Voorbeelden hiervan zijn Nuon dat is overgenomen door het Zweedse Vattenfall, Rendo en Cogas die zijn overgenomen door Electrabel en Essent dat is overgenomen door het Duitse RWE.

Netbeheerders beheren de elektriciteits- en/of gas infrastructuur in een bepaald gebied en vallen buiten de liberalisering van de markt. Ze hoeven dan ook niet te concurreren. Om te voorkomen dat misbruik van deze monopolie situatie gemaakt wordt zijn de tarieven van netbeheerders gemaximeerd. De tarieven die netbeheerders maximaal mogen berekenen worden namens de overheid vastgesteld door de Energiekamer die onderdeel is van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).